ECLI:NL:PHR:2003:AF0141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Spoedeisend belang bij ontruiming gekraakt bedrijfsruimte ondanks bouwvergunningprocedure
In deze zaak vordert de eigenaar van een bedrijfsruimte in Amsterdam ontruiming van het pand dat opnieuw gekraakt is. De eigenaar heeft bouwtekeningen en een gedetailleerde offerte overgelegd waaruit blijkt dat zij concrete bouwplannen heeft om het pand na ontruiming te verbouwen en in gebruik te nemen.
De President van de Rechtbank wees de vordering af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang, onder meer omdat onvoldoende aannemelijk was dat de eigenaar snel zou beginnen met de verbouwing. Het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat wel degelijk sprake is van een spoedeisend belang, mede omdat de eigenaar een bouwvergunning had aangevraagd en de krakers het pand onrechtmatig bezetten.
De eiseres tot cassatie betwistte dit oordeel en voerde aan dat de bouwvergunning nog niet was verleend en dat ook het bestemmingsplan gewijzigd moest worden, zodat geen directe start van de werkzaamheden mogelijk zou zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat sprake is van spoedeisend belang een feitelijke beoordeling betreft die in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst.
Ook de motiveringsklacht faalt omdat het cassatiemiddel niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro en het hof in kort geding minder strenge motiveringseisen heeft. Het hof mocht aannemen dat de eigenaar niet hoefde te wachten op de vergunning om ontruiming te vorderen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat sprake is van spoedeisend belang wordt bevestigd.