ECLI:NL:PHR:2002:AE9661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon wegens overtreding Bestrijdingsmiddelenwet door irreglementaire aflevering Temik 10G
De zaak betreft een veroordeling van een rechtspersoon wegens overtreding van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 door het opzettelijk in voorraad hebben en afleveren van circa 1010 kg Temik 10G, een bestrijdingsmiddel dat niet als toegelaten in Nederland was geregistreerd. Het middel was kennelijk bestemd voor uitvoer of doorvoer, maar de registratie van het land van bestemming ontbrak, wat een vereiste is volgens het Besluit uitvoer bestrijdingsmiddelen.
Het gerechtshof heeft het bewijs gebaseerd op processen-verbaal en verklaringen van ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst, die het middel aantroffen bij een bedrijf en constateerden dat het niet voldeed aan de toelatings- en registratie-eisen. De verdediging voerde onder meer te goeder trouw handelen aan en stelde dat het product goed te volgen was, maar erkende dat een 100% waterdicht systeem niet haalbaar was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewezenverklaarde terecht had vastgesteld en dat het beroep op afwezigheid van alle schuld onvoldoende was onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat het hof niet verplicht was om een inhoudelijk oordeel te geven over de toelating van het bestrijdingsmiddel, aangezien dit niet tot de rechterlijke bevoegdheid behoort. De klachten over strijdigheid met Europese richtlijnen en over de bewijsvoering werden verworpen. De opgelegde geldboete van 5.000 gulden werd als niet verbazingwekkend beschouwd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van de rechtspersoon wegens overtreding van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon tot een geldboete wegens overtreding van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.