10) Onderdeel 2 is gericht tegen het oordeel van het hof, inhoudende dat omstandigheden aan de zijde van [eiseres 1] voor 50% hebben bijgedragen aan de door haar geleden schade. Met betrekking tot de factor genoemd in nr. 4, vierde alinea, sub c van deze conclusie wordt betoogd, dat deze slechts betrekking heeft op de schade die is geleden als gevolg van het niet gedekt zijn van de cheque van Allegro. Deze factor behoort geen rol te spelen bij het bepalen van het percentage eigen schuld aan de zijde van [eiseres 1] met betrekking tot de schade die zij heeft geleden als gevolg van het niet gedekt zijn van de cheque afkomstig van Impex.
Ik zou de klacht ongegrond achten indien de beslissing van het hof met betrekking tot de eigen schuld mij redelijk zou voorkomen. Mijn redenering zou dan de volgende zijn. Hoewel deze factor inderdaad slechts geldt ten aanzien van de schade die [eiseres 1] heeft geleden als gevolg van het niet tijdig mededelen van het niet gedekt zijn van de cheque van Allegro, kan de klacht niet tot vernietiging van dit oordeel van het hof leiden. Gezien de overige aan [eiseres 1] toe te rekenen omstandigheden die het hof in acht heeft genomen is het oordeel dat SNS Bank slechts voor 50% van de door [eiseres 1] geleden schade aansprakelijk is, niet onbegrijpelijk en evenmin is dit oordeel onvoldoende gemotiveerd.
Maar ik heb met de beslissing van het hof inzake de eigen schuld van [eiseres 1] grote moeite. Ik licht dit als volgt toe. Eigen schuld kan de vergoedingsplicht van de aansprakelijke persoon verminderen indien zij heeft bijgedragen tot de schade, d.w.z. hetzij tot het feit dat de aansprakelijkheid in het leven heeft geroepen hetzij tot de omvang van de schade. Vgl. Asser-Hartkamp 4-I, nrs. 449, 453.
Om het laatste gaat het hier niet. [Eiseres 1] heeft meermalen gesteld(3) dat zij geen verdere leveranties aan Allegro en Impex heeft gedaan nadat zij van het niet gedekt zijn van de cheques op de hoogte was gebracht, alsmede dat zij geen verdere leveranties zou hebben gedaan na het moment waarop zij haars inziens op de hoogte had behoren te worden gebracht. Het hof heeft het tegendeel niet vastgesteld, zodat hiervan in cassatie moet worden uitgegaan.
Het feit dat de aansprakelijkheid van de bank in het leven heeft geroepen is de tekortkoming in haar verplichting [eiseres 1] zo snel mogelijk te waarschuwen omtrent het ongedekt zijn van de cheques. Natuurlijk staat [eiseres 1's] handelwijze daarmee in causaal (sine qua non-) verband, want als [eiseres 1] de cheques niet had aanvaard had de bank niet in haar waarschuwingsplicht tekort kunnen schieten. Maar enkel causaal verband is voor het aannemen van eigen schuld uiteraard niet voldoende. Het moet gaan om een verkeerde handelwijze, een onvoorzichtigheid van de gelaedeerde met betrekking tot de behartiging van zijn eigen belangen, die rechtvaardigt dat hij een deel van zijn schade draagt.(4) Gelet op dit laatste - het gaat om de vermindering van de vergoedingsplicht van de laedens - moet de onvoorzichtigheid in die zin gekleurd zijn dat het gaat om een fout waarvan de laedens in het kader van zijn eigen onrechtmatige gedraging met goede reden aan de gelaedeerde een verwijt kan maken. Of daarvan in casu sprake is, lijkt mij zeer de vraag. De bank acht de handelwijze van [eiseres 1] riskant, maar zij heeft niets gedaan om [eiseres 1] tot een andere handelwijze te bewegen. Immers, zij is gewoon voortgegaan met het accepteren van de cheques en het voorlopig crediteren van [eiseres 1's] rekening, hetgeen dus onderdeel was van hun zakelijke relatie en door de bank was aanvaard.(5) De schade waarvoor zij nu aansprakelijk is gesteld, is zoals gezegd het gevolg van het niet tijdig voldoen aan haar informatieplicht met betrekking tot het ongedekt zijn van de cheques, zijnde een tekortkoming die los staat van [eiseres 1's] risicovolle wijze van zakendoen. Als een ondernemer op risicovolle wijze zaken wil doen is dat zijn zaak; de bank kan hem daarvoor waarschuwen, weigeren hem als cliënt te aanvaarden, minder krediet verlenen, zekerheden bedingen, bepaalde procedures met hem afspreken etc.; maar als de bank ondanks die risicovolle handelwijze van de cliënt een gewone zakelijke relatie met hem aangaat en onderhoudt en in die relatie een tot aansprakelijkheid leidende fout begaat, dient zij de hieruit voortvloeiende schade in beginsel niet met een beroep op het risicovolle handelen geheel of gedeeltelijk te kunnen afwentelen op de cliënt. Men kan dit ook zo uitdrukken: het relevante causale verband tussen die risicovolle handelwijze en de schade die het gevolg is van de fout van de bank ontbreekt.
Mijn oordeel stemt overeen met dat van de rechtbank, die aan het eigen schuld-verweer zelfs geen overweging heeft gewijd. Een ander oordeel is mogelijk. Het hof heeft over het voorgaande anders geoordeeld. Echter, naar mijn mening moet een anders luidend oordeel wel deugdelijk gemotiveerd zijn. In de redenering die tot dat oordeel leidt mag geen ondeugdelijke schakel zitten. Nu het onderdeel terecht een dergelijke schakel aanwijst, meen ik dat het oordeel van het hof behoort te worden vernietigd.