ECLI:NL:PHR:2002:AE8466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onderhoudsbijdrage en gezagsregeling na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een zoon. Na de echtscheiding vroeg de man het gezag over de zoon en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De rechtbank bepaalde dat het kind zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en dat de man een maandelijkse bijdrage van 500 gulden moet betalen.
De man ging in hoger beroep tegen deze beslissingen en voerde onder meer aan dat de moeder onnodig medische behandelingen toepast en dat hij daarom geen bijdrage wilde betalen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het beroep van de man af.
De Hoge Raad overweegt dat de matigingsbevoegdheid niet geldt voor kinderalimentatie en dat het hof de omstandigheden, waaronder het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, voldoende heeft betrokken. De klacht van de man dat het hof onvoldoende op zijn bezwaren is ingegaan wordt verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; het hofarrest blijft in stand met gezag bij de moeder en een onderhoudsbijdrage van 500 gulden per maand door de man.