ECLI:NL:PHR:2002:AE8465
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel kantonrechter over bewijs en motivering in schadezaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser tegen het vonnis van de kantonrechter te Bergen op Zoom verworpen. Het beroep bevatte vier klachten over de bewijswaardering en motivering door de kantonrechter.
De eerste klacht betrof de vraag of de getuige had verklaard overeenkomstig het probandum, maar deze klacht voldeed niet aan de formele eisen en faalde. De tweede klacht bestond uit twee onderdelen: het eerste onderdeel betrof de geloofwaardigheid van de getuigenverklaring over de toedracht van een aanrijding, welke door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk werd geacht. Het tweede onderdeel klaagde over de rechtsregel dat een enkele getuigenverklaring zonder ander bewijs geen bewijs kan vormen, maar deze klacht werd niet ontvankelijk verklaard.
De derde klacht betrof de bewijskracht van een schriftelijke verklaring van een overleden getuige en het recht op een eerlijk proces, maar ook deze klacht werd niet in behandeling genomen. De vierde klacht stelde een motiveringsgebrek aan de kantonrechter ten laste omdat een expertiserapport zou wijzen op eerdere schade, maar de Hoge Raad oordeelde dat de kantonrechter de stelling van eiser terecht onvoldoende onderbouwd achtte en niet verplicht was hier afzonderlijk op in te gaan.
Gezien het voorgaande concludeert de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter bevestigd.