ECLI:NL:PHR:2002:AE8338
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verlenging benoeming commissaris met bijzondere bevoegdheden wegens strijd met wet
De Ondernemingskamer had bij beschikking van 30 november 2000 vastgesteld dat er wanbeleid was bij verzoekster en benoemde zij een commissaris met de bevoegdheden van een commissaris van een structuurvennootschap. Deze benoeming werd verlengd tot 31 december 2002, waarbij ook voorzieningen werden getroffen omtrent een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en de kosten daarvan.
Verzoekster stelde cassatie in tegen deze verlenging en de toekenning van bijzondere bevoegdheden aan de commissaris. De Hoge Raad oordeelde dat aan een commissaris die op grond van artikel 2:356 BW Pro wordt aangesteld, geen bevoegdheden kunnen worden toegekend die de wet niet toelaat, zoals die van afdeling 6, titel 5 van Boek 2 BW. Daarom werd de beschikking van de Ondernemingskamer vernietigd.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad klachten over de uitleg van het verzoekschrift, het beginsel van hoor en wederhoor met betrekking tot de aansprakelijkheidsverzekering, en de ruime bevoegdheden van de Ondernemingskamer om wanbeleid te beëindigen en de gevolgen daarvan te regelen. De Hoge Raad bevestigde dat de Ondernemingskamer ruime bevoegdheden heeft, maar dat deze binnen de wettelijke kaders moeten blijven.
De Hoge Raad concludeerde dat de Ondernemingskamer niet buiten haar bevoegdheid was getreden door andere voorzieningen te treffen dan verzocht, maar dat de toekenning van bijzondere bevoegdheden aan de commissaris onrechtmatig was. De zaak werd vernietigd en terugverwezen naar de Ondernemingskamer.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer die de benoeming van de commissaris met bijzondere bevoegdheden verlengde en verwijst de zaak terug.