ECLI:NL:PHR:2002:AE7628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur door bezoekende advocaat
Verdachte is door het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld wegens zes economische delicten en kreeg geldboetes opgelegd. Tegen dit vonnis stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens verdachte diende een Portugese advocaat, Margarida Fernandes Jacinto, een brief met bijlagen in bij de Hoge Raad.
Sinds 1 oktober 2000 is artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van kracht, dat vereist dat een verdachte binnen twee maanden na aanzegging door zijn raadsman een schriftuur bij de Hoge Raad indient. Dit is verplicht en bij niet-naleving wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
De Portugese advocaat is een bezoekende advocaat als bedoeld in artikelen 16b en 16e van de Advocatenwet, die voorschrijven dat een bezoekende advocaat moet samenwerken met een in Nederland ingeschreven advocaat die praktijk uitoefent bij het betrokken gerecht. Uit de stukken blijkt dat niet aan deze vereisten is voldaan, waardoor geen tijdige schriftuur is ingediend.
Daarnaast bevatte de brief van de Portugese advocaat geen rechtsmiddelen die aan de eisen voldoen. Daarom concludeert de Procureur-Generaal dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van een tijdige schriftuur door een bevoegde raadsman.