ECLI:NL:PHR:2002:AE5572
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling en schadeloosstelling bij onteigening voor rijkswegverbreding
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staat tegen een vonnis van de Rechtbank Assen inzake de schadeloosstelling aan AMEV voor onteigende gronden ten behoeve van de verbreding van Rijksweg 37 en de aanleg van een verzorgingsplaats. De Hoge Raad bespreekt onder meer de juiste bepaling van de pachtdruk bij verpachte landbouwgrond, de bijzondere geschiktheid van het onteigende voor het werk waarvoor onteigend wordt, en de toepassing van het eliminatiebeginsel bij waardebepaling.
De Hoge Raad bevestigt dat de pachtdruk moet worden vastgesteld op basis van de situatie bij de onderhavige onteigening en wijst het standpunt van de Staat af dat een hogere pachtdruk van 55% moet gelden. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de meerwaarde door bijzondere geschiktheid, zoals aanwezige zandbodem, moet worden meegenomen in de waarde van het onteigende en dat deze meerwaarde niet verminderd wordt met pachtdruk.
Verder wordt het eliminatiebeginsel besproken: voordelen of nadelen veroorzaakt door het werk waarvoor onteigend wordt, mogen niet in de waardebepaling worden betrokken. De Hoge Raad bevestigt dat wanneer het bestemmingsplan slechts een gebonden beslissing is voortvloeiend uit rijksbeleid, de nieuwe bestemming buiten beschouwing moet blijven en de oorspronkelijke agrarische bestemming maatgevend is.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld over de rentevergoeding bij schadeloosstelling. De wettelijke rente moet worden berekend over het verschil tussen voorschot en definitieve schadeloosstelling vanaf de dag van inschrijving van het vervroegde onteigeningsvonnis tot het eindvonnis, en vervolgens over het totaal van deze bedragen tot de dag van volledige voldoening, waarbij samengestelde interest geldt.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug naar een gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling, met correctie van de rentevergoeding.