ECLI:NL:PHR:2002:AE4367
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Natuurlijke verbintenis en schenkingsverbod tussen echtgenoten bij verkoop woning
De vrouw en man waren buiten gemeenschap van goederen gehuwd. De vrouw verklaarde schriftelijk dat de man recht had op de helft van de overwaarde van hun woning bij verkoop. De man had diverse verbouwingen aan de woning verricht, maar had deze niet betaald. De rechtbank wees de vordering van de man af wegens het schenkingsverbod tussen echtgenoten. Het hof vernietigde dit en oordeelde dat er een natuurlijke verbintenis bestond, waardoor de man recht had op de helft van de overwaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld. De enkele verbouwingen door de man zijn onvoldoende om het huwelijksgoederenregime terzijde te stellen of een natuurlijke verbintenis aan te nemen. Er was geen bewijs dat de man de verbouwing had betaald of dat deze had geleid tot waardestijging. De verklaring van de vrouw was geen schenking maar een aanbod tot omzetting van een natuurlijke verbintenis, maar die was niet aannemelijk.
Ook het beroep op misbruik van omstandigheden en onvoorziene omstandigheden werd door het hof afgewezen en door de Hoge Raad niet onjuist bevonden. De Hoge Raad benadrukte dat het schenkingsverbod tussen echtgenoten bescherming biedt tegen ongeoorloofde beïnvloeding en dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak werd verwezen voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de vrouw is niet verplicht de helft van de overwaarde aan de man te voldoen.