ECLI:NL:PHR:2002:AE4249
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing overgangsregeling Arbeidstijdenwet bij overtredingen Rijtijdenwet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker is veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Rijtijdenwet 1936. Verzoeker stelde dat de nieuwe Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer, die de Rijtijdenwet vervangen, gunstiger zijn en derhalve van toepassing zouden moeten zijn op de feiten.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van de overgangsregeling in artikel 12:14, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet de Rijtijdenwet 1936 blijft gelden voor feiten begaan tot drie jaar na publicatie van de Arbeidstijdenwet, of totdat de algemene maatregel van bestuur (het Arbeidstijdenbesluit vervoer) in werking treedt. Aangezien het Arbeidstijdenbesluit vervoer pas op 1 april 1998 in werking is getreden, blijven de feiten uit 1996 onder de Rijtijdenwet vallen.
Het cassatiemiddel faalt omdat het de overgangsregeling miskent. De Hoge Raad ziet geen reden om het arrest van het hof te vernietigen en verwerpt het beroep. De uitspraak bevestigt de geldigheid van de overgangsregeling en de toepasselijkheid van de Rijtijdenwet op feiten begaan vóór de inwerkingtreding van het nieuwe besluit.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Rijtijdenwet 1936 blijft van toepassing op de feiten uit 1996.