ECLI:NL:PHR:2002:AE3587

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00091/01 E
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatiemiddel wegens onbevoegde raadsman bij hoger beroep in dierenwelzijnszaken

Verdachte werd bij verstek door het Gerechtshof veroordeeld wegens het vervoeren van een ernstig ziek of gewond dier met onnodig lijden en het overschrijden van de beladingsnorm van een veewagen. Tegen deze veroordeling stelde verdachte cassatie in, vertegenwoordigd door een raadsman die echter niet uitdrukkelijk gemachtigd was de verdediging te voeren zoals vereist volgens art. 279 lid 1 Sv Pro.

Tijdens de behandeling in hoger beroep was verdachte afwezig en de raadsman verklaarde niet de benodigde volmacht te hebben. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat een niet bepaaldelijk gemachtigde raadsman slechts beperkt bevoegd is, namelijk alleen om het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van verdachte en om aanhouding te verzoeken.

Het Hof had de raadsman echter meer laten doen dan toegestaan, wat in strijd is met het wettelijk systeem. Hierdoor behoefden de verweren in het cassatiemiddel geen behandeling. De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel buiten bespreking moet blijven en verwierp het beroep van verdachte.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de raadsman niet bevoegd was de verdediging te voeren.

Conclusie

Nr. 00091//01/E
Mr. Fokkens
Zitting 14 mei 2002
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is op 30 januari 2001 bij verstek door het Gerechtshof te 's-Hertogenboch wegens - kort gezegd - het vervoeren van een meer dan licht ziek of gewond dier waarvoor het vervoer onnodig lijden tot gevolg had, veroordeeld tot drie geldboetes van elk vijfhonderd gulden. Tevens is verdachte wegens - kort gezegd - het overschrijden van de beladingsnorm van de veewagen bij de aanvoer van (slacht)varkens, veroordeeld tot een geldboete van tweehonderdvijftig gulden terwijl het Hof ten aanzien van een tweede geval heeft bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
2. Namens verdachte heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt over de verwerping door het Hof van ter terechtzitting gevoerde verweren.
4. Voor de beoordeling van het middel is van belang dat verdachte bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep niet ter terechtzitting is verschenen. De wel aanwezige raadsman verklaarde dat hij niet uitdrukkelijk was gemachtigd de verdediging te voeren zoals is bedoeld in art. 279 lid 1 Sv Pro.
5. Dit betekent dat de raadsman slechts in beperkte mate bevoegd was ter terechtzitting het woord te voeren. Uit HR 23 oktober 2001, NJ 2002, 77 m.nt. JR rov. 4.7.-4.10. volgt dat de niet bepaaldelijk tot het voeren van de verdediging gemachtigde raadsman geen van de hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, behoudens het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken om aanhouding van de behandling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van genoemde machtiging. Dit betekent dat het Hof de raadsman in strijd met het wettelijk systeem heeft toegestaan méér aan te voeren dan de genoemde onderwerpen en de verweren welke in het middel uiteen zijn gezet geen behandeling behoefden (HR 23 april 2002, nr. 3678/00/J, LJN AD 8860, rov. 5.3.).
6. Het middel moet buiten bespreking blijven.
7. Ambtshalve is er geen reden voor vernietiging, zodat ik concludeer dat het beroep wordt verworpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
plv.