ECLI:NL:PHR:2002:AE3587
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatiemiddel wegens onbevoegde raadsman bij hoger beroep in dierenwelzijnszaken
Verdachte werd bij verstek door het Gerechtshof veroordeeld wegens het vervoeren van een ernstig ziek of gewond dier met onnodig lijden en het overschrijden van de beladingsnorm van een veewagen. Tegen deze veroordeling stelde verdachte cassatie in, vertegenwoordigd door een raadsman die echter niet uitdrukkelijk gemachtigd was de verdediging te voeren zoals vereist volgens art. 279 lid 1 Sv Pro.
Tijdens de behandeling in hoger beroep was verdachte afwezig en de raadsman verklaarde niet de benodigde volmacht te hebben. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat een niet bepaaldelijk gemachtigde raadsman slechts beperkt bevoegd is, namelijk alleen om het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van verdachte en om aanhouding te verzoeken.
Het Hof had de raadsman echter meer laten doen dan toegestaan, wat in strijd is met het wettelijk systeem. Hierdoor behoefden de verweren in het cassatiemiddel geen behandeling. De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel buiten bespreking moet blijven en verwierp het beroep van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de raadsman niet bevoegd was de verdediging te voeren.