ECLI:NL:PHR:2002:AE3546
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van deskundigenrapport over geloofwaardigheid verklaringen minderjarige slachtoffers in strafzaak
In deze strafzaak is verzoeker door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens verkrachting en ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers. De veroordeling berustte mede op een deskundigenrapport van psycholoog dr. Soppe, dat de geloofwaardigheid van de verklaringen van de minderjarige aangevers onderzocht.
De verdediging betwistte de vaktechnische en methodologische juistheid van dit rapport, onder meer met steun van een rapport van prof. Wagenaar, die kritiek uitte op de gebruikte CBCA-methode en het beperkte onderzoek van dr. Soppe. De verdediging stelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het rapport toch werd gevolgd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was om een afzonderlijke en gemotiveerde beslissing te geven op dit verweer, omdat het hof zich een eigen beeld kon vormen van de betrouwbaarheid van de aangevers. Hoewel het hof beter had kunnen uitleggen waarom het het rapport volgde, leidt het ontbreken daarvan niet tot vernietiging van het vonnis.
De Hoge Raad benadrukt dat de waardering van bewijsmateriaal een taak is van de feitenrechter, die niet altijd nadere motivering hoeft te geven, tenzij bijzondere omstandigheden dat vereisen. In dit geval was het deskundigenonderzoek vakbekwaam uitgevoerd en was er geen reden om het oordeel van dr. Soppe als onbetrouwbaar te beschouwen.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verzoeker blijft in stand.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling wegens verkrachting en ontuchtige handelingen met minderjarige blijft in stand.