ECLI:NL:PHR:2002:AE2762
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de duur van vervangende hechtenis bij ontnemingsmaatregel en schuldenlast
In deze zaak heeft het gerechtshof te Leeuwarden aan verzoeker een betalingsverplichting opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met subsidiair een vervangende hechtenis van één dag. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in en betoogde dat de vervangende hechtenis niet proportioneel was ten opzichte van het opgelegde bedrag.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke kaders van artikel 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht, waarin de vervangende hechtenis wordt geregeld. De Raad benadrukt dat de rechter niet gebonden is aan een wettelijke verdeelsleutel bij het bepalen van de duur van de vervangende hechtenis, behalve het minimum van één dag en het maximum van zes jaar. Evenredigheid tussen het ontnemingsbedrag en de duur van de hechtenis is niet wettelijk voorgeschreven.
De Hoge Raad onderstreept dat vervangende hechtenis niet punitief is, maar een afschrikwekkend middel om betaling af te dwingen, en dat de rechter rekening moet houden met de draagkracht van de veroordeelde via zijn matigingsbevoegdheid. In dit geval acht het hof een dag hechtenis passend vanwege de grote schuldenlast en de positieve ontwikkeling van verzoeker.
De Raad concludeert dat de door het hof bepaalde duur van de vervangende hechtenis niet verbazingwekkend is en dat het middel faalt. Het beroep wordt verworpen en de uitspraak van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de duur van vervangende hechtenis van één dag passend is gezien de schuldenlast en persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.