ECLI:NL:PHR:2002:AE2742
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor onrechtmatig afvalverwijdering en behandelt termijnoverschrijding
Verdachte is door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het zich ontdoen van afvalstoffen afkomstig van XTC-productie buiten een inrichting. Het hof legde een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. Tevens wees het hof de civiele vordering van de Provincie Limburg toe en legde een schadevergoedingsmaatregel op.
In cassatie werden twee middelen voorgesteld. Het eerste middel betrof de klacht over de motivering van het hof omtrent de overschrijding van de redelijke termijn, waarbij het hof had meegewogen dat verdachte instemde met uitstel van de behandeling tot na afdoening van hoofdverdachten. De Hoge Raad oordeelde dat dit verweer niet aannemelijk was gemaakt in het geding en dat het hof voldeed aan het verzoek om de termijnoverschrijding in de strafmaat te verwerken.
Het tweede middel betrof het verwijt dat het hof het verweer dat de civiele vordering niet van eenvoudige aard was, ongemotiveerd had verworpen. Dit middel faalde op grond van eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad deed tevens een ambtshalve opmerking over de wijze waarop het hof het verkorte arrest met bewijsmiddelen had uitgewerkt, waarbij grote stukken tekst met doorhalingen werden gekopieerd. Dit werd als onwenselijk en belemmerend voor de controletaak van de Hoge Raad beschouwd, met het advies aan het hof om deze werkwijze slechts tijdelijk te hanteren.
De Hoge Raad vond geen gronden om ambtshalve te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor onrechtmatige afvalverwijdering.