ECLI:NL:PHR:2002:AE2120
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid wegvervoerder bij diefstal van goederen en toepassing CMR-verdrag
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van de wegvervoerder centraal voor schade door diefstal van goederen tijdens vervoer onder het CMR-verdrag. K-Line had het vervoer van printers uitbesteed aan CTV, die dit weer aan [A] uitbesteedde. De container werd echter niet op de bewaakte terminal in Venlo geparkeerd zoals was opgedragen, maar op een onbewaakte parkeerplaats in Gulpen, waar de container werd gestolen.
De rechtbank veroordeelde CTV tot betaling van schadevergoeding, waarbij zij de aansprakelijkheidsbeperking van het CMR toepaste omdat geen sprake was van opzet of met opzet gelijk te stellen schuld. Het hof oordeelde anders en stelde dat het bewust negeren van de instructie tot grove schuld leidde, waardoor de aansprakelijkheidsbeperking niet van toepassing was.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd voor het begrip grove schuld en roekeloosheid. Volgens de Hoge Raad moet de kans dat het gevaar zich verwezenlijkt aanzienlijk groter zijn dan de kans dat dit niet gebeurt, wat hier niet is aangetoond. Daarom is het hofarrest vernietigd en is het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Tevens is geoordeeld dat de kosten en boetes wegens het niet zuiveren van het T-1 document niet voor vergoeding in aanmerking komen onder het CMR.
De Hoge Raad bevestigt dat de rentebepaling van art. 27 CMR Pro een aansprakelijkheidsbeperkende bepaling is, zodat de wettelijke rente verschuldigd is en niet de CMR-rente. De procedurekosten in cassatie worden aan K-Line opgelegd omdat zij ook in het ongelijk is gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarin geen sprake is van met opzet gelijk te stellen schuld, waardoor de aansprakelijkheidsbeperking van het CMR van toepassing blijft.