ECLI:NL:PHR:2002:AE1531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van verrekeningsverbod in huurovereenkomst bij opvolgend verhuurder
Planex huurde sinds 1981 een bedrijfspand van Roham met een beding dat verrekening van huurpenningen uitsluit. Na executoriale verkoop werd Elander eigenaar en opvolgend verhuurder van het pand. Planex had vorderingen wegens wanprestatie op Roham en wilde deze verrekenen met de huur. Zowel kantonrechter als rechtbank verwierpen dit. In cassatie betoogde Planex dat het verrekeningsverbod niet gold voor onherroepelijk vastgestelde vorderingen en niet tegenover opvolgend verhuurder kon worden ingeroepen.
De Hoge Raad analyseerde het leerstuk van verrekening, benadrukte het belang van verhandelbaarheid van huurvorderingen en de maatschappelijke belangen bij financiering van onroerend goed. Het verbod van verrekening in huurovereenkomsten is volgens de Hoge Raad niet onredelijk en kan ook door een rechtsopvolger worden ingeroepen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het verbod een ruime strekking kan hebben om de waarde en zekerheid van huurvorderingen en het huurobject te beschermen.
De uitspraak benadrukt dat contractuele verrekeningsverboden toelaatbaar zijn en niet in strijd met redelijkheid en billijkheid, ook niet indien de tegenvorderingen onbetwistbaar of onherroepelijk zijn vastgesteld. De Hoge Raad bevestigt dat de uitleg van het verbod mede ten gunste van opvolgende verhuurders kan zijn, wat de rechtszekerheid en financieringsmogelijkheden bevordert.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het contractuele verbod van verrekening geldt ook tegenover opvolgende verhuurders en is niet onredelijk.