ECLI:NL:PHR:2002:AE1316
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerberoep bij mishandeling in busconflict
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor mishandeling na een conflict in een bus waarbij hij een jongen met een vuistslag raakte. Verdachte voerde aan dat hij handelde uit noodweer omdat hij zich bedreigd voelde. Het hof stelde echter vast dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, maar slechts van een vrees daarvoor. Verdachte had volgens het hof de gelegenheid om zich aan het dreigende gevecht te onttrekken, maar koos ervoor niet te vluchten.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof en concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. De grens tussen vrees en onmiddellijk dreigend gevaar is dun, maar het hof mocht oordelen dat de situatie niet aan de vereisten voor noodweer voldeed. Ook het argument dat de lichamelijke confrontatie reeds een aanranding vormde, werd verworpen omdat verdachte zelf naar het slachtoffer was toegelopen.
Verder werd het beroep op putatief noodweer en noodweerexces niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig waren aangevoerd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het vonnis van het hof dat verdachte schuldig was aan mishandeling en dat het beroep op noodweer niet slaagde.
Uitkomst: Het beroep op noodweer werd verworpen en verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens mishandeling.