ECLI:NL:PHR:2002:AE1197

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00218/01
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 449 SvArt. 450 SvArt. 451 SvArt. 528 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftelijke volmacht

Verzoekster, een rechtspersoon, werd bij vonnis van 9 mei 2000 door de arrondissementsrechtbank Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Een ambtenaar van de griffie stelde namens verzoekster cassatieberoep in, gesteund op een brief die als schriftelijke volmacht werd opgevat.

De Procureur-Generaal stelde echter vast dat de persoon die het cassatieberoep instelde niet de bestuurder was van verzoekster en dat er geen bijzondere schriftelijke volmacht was verleend zoals vereist volgens artikel 450, eerste lid, aanhef en onder b, Wetboek van Strafvordering. De wettelijke regels voor het aanwenden van rechtsmiddelen zijn strikt en vereisen dat de bestuurder persoonlijk verschijnt of een schriftelijke volmacht verstrekt.

Gelet op het ontbreken van een geldige volmacht werd het cassatieberoep van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kon niet worden toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van het beroep of het te laat ingediende geschrift.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige schriftelijke volmacht.

Conclusie

Mr Jörg
Nr. 00218/01
Zitting 26 maart 2002
Conclusie inzake:
[verzoekster = verdachte] B.V.
1. Verzoekster is bij vonnis van 9 mei 2000 door de arrondissementsrechtbank te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.
2. Door [betrokkene 1] is een geschrift ingediend.
3. Ambtshalve vraag ik de aandacht voor het volgende.
4. Het cassatieberoep is ingesteld door een ambtenaar van de griffie van de rechtbank te Amsterdam naar aanleiding van een brief van [betrokkene 2], welke brief is opgevat als een schriftelijke volmacht tot het aanwenden van het rechtsmiddel.
5. [betrokkene 1] (van wie ik wel wil aannemen dat hij dezelfde is als [betrokkene 2]) stelt in zijn geschrift dat hij namens [betrokkene 3] / [verdachte] BV (verzoekster) optreedt. Deze [betrokkene 1]/[betrokkene 2], van wie uit het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Amsterdam niet blijkt dat deze bestuurder van verzoekster is, had voor het rechtsgeldig kunnen instellen van beroep in cassatie moeten beschikken over een bijzonder schriftelijk volmacht als bedoeld in art. 450, eerste lid, aanhef en onder b, Sv. De wettelijke regels voor het aanwenden van rechtsmiddelen zijn strikt: als de bestuurder van de veroordeelde rechtspersoon niet persoonlijk ter griffie verschijnt, zal er een door hem- of haarzelf verleende schriftelijke volmacht moeten zijn (vgl. HR 9 juni 1970, NJ 1970, 396). Blijkens genoemd uittreksel is [betrokkene 3] de bestuurder.
6. In deze zaak zal derhalve [verdachte] B.V. (ook) niet-ontvankelijk verklaard moeten worden in het ingestelde cassatieberoep. Dit heeft tot gevolg dat ik niet toekom aan de bespreking van het - overigens te laat - ingediende geschrift.
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG