ECLI:NL:PHR:2002:AD9964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring en strafoplegging wegens procedurele fouten en onvoldoende bewijsmateriaal in zedendelict
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te Leeuwarden waarbij verzoeker is veroordeeld voor subsidiaire zedendelicten met oplegging van gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Het hof wees verzoeken af om jonge getuigen opnieuw of voor het eerst aan een studioverhoor te onderwerpen, mede vanwege het traumatische effect en voldoende steun in het bewijsmateriaal.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek tot een studioverhoor van een jonge getuige werd afgewezen, met name omdat het hof ten onrechte het feit dat verdachte het delict ontkent als argument gebruikte. Tevens is het hof in strijd met artikel 301 Sv Pro te werk gegaan door een rapportage die niet aan verdachte was meegedeeld toch in de strafmotivering te betrekken, wat leidt tot nietigheid van de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
Daarnaast is het hof ten onrechte tot bewezenverklaring gekomen voor een subsidiair feit waarvoor geen voldoende bewijsmiddelen zijn. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het deze bewezenverklaring, kwalificatie en strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde berechting. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de bewezenverklaring en strafoplegging van het subsidiaire feit en de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging, met verwijzing naar het gerechtshof Arnhem.