ECLI:NL:PHR:2002:AD9591
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid mondelinge koopovereenkomst grond ondanks latere bouwtoezegging
De zaak betreft een geschil over de verkoop van een stuk grond gelegen aan de A-straat te Woonplaats C, waarvan eiseres en haar overleden echtgenoot sinds 1974 eigenaar waren. Het echtpaar had jarenlang vergeefs geprobeerd een bouwvergunning te verkrijgen. In 1996 werd een mondelinge koopovereenkomst gesloten tussen verweerder en het echtpaar voor een bedrag van 300.000 gulden, waarbij een conceptakte met ontbindende voorwaarden werd opgesteld. Kort daarna gaf een wethouder van Woonplaats C aan verweerder mondeling toestemming om op de grond te bouwen.
Eiseres stelde dat verweerder haar had bedrogen door deze toezegging te verzwijgen bij de koop, en legde conservatoir beslag op de grond. Verweerder startte een kort geding om het beslag op te heffen, stellende dat het beslag vexatoir was omdat de toezegging pas na de koop was verkregen. De rechtbank en het hof bevestigden dat de mondelinge koopovereenkomst vóór de bouwtoezegging was gesloten en dat de ontbindende voorwaarden uit de conceptakte niet meer van toepassing waren in de definitieve overdracht.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van eiseres af. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de koopovereenkomst al vóór de toezegging van de wethouder tot stand was gekomen, zodat geen sprake is van bedrog of misbruik van voorwetenschap door verweerder. Ook het motiveringsgebrek dat eiseres aanvoerde slaagt niet. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de geldigheid van de mondelinge koopovereenkomst.