ECLI:NL:PHR:2002:AD9347
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging alimentatieverplichtingen na echtscheiding met gewijzigde verzorgingssituatie
Partijen zijn in 1986 in koude uitsluiting getrouwd en hebben een minderjarige zoon. Na echtscheiding in 1995 is alimentatie vastgesteld waarbij de man aan de vrouw en zoon alimentatie betaalt afhankelijk van de verzorgingssituatie.
De zoon woonde tot eind 1999 bij de man en daarna bij de vrouw. De vrouw stelde hoger beroep in tegen eerdere beschikkingen om de alimentatie te verhogen, terwijl de man incidenteel beroep instelde om de alimentatie aan de vrouw nihil te verklaren vanaf 1999.
Het hof vernietigde eerdere beschikkingen en stelde de alimentatie aan de vrouw nihil en de kinderalimentatie op 700 gulden per maand. De vrouw voerde cassatie in met meerdere middelen, waaronder een beroep op schending van het recht op een eerlijk proces en onbegrijpelijke motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat de vrouw voldoende gelegenheid heeft gehad zich te verdedigen, dat het hof terecht oordeelde dat de vrouw meer inkomsten had dan zij opgaf en dat zij in staat moet worden geacht zelf in haar levensonderhoud te voorzien. De klachten worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de alimentatieverplichtingen zoals vastgesteld door het hof blijven in stand.