ECLI:NL:PHR:2002:AD9342
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering en afwijzing deskundigenonderzoek in geschil over verdeling huwelijksgoederengemeenschap
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw betwist de echtheid van een handtekening onder een verdelingsverklaring van 7 september 1988 en stelt dat er geen bijeenkomst heeft plaatsgevonden waarin de gemeenschap is verdeeld. De man stelt dat de gemeenschap wel is verdeeld op die datum en overlegt een kopie van een verklaring die door de vrouw zou zijn ondertekend.
De rechtbank heeft de vordering van de vrouw afgewezen omdat de boedel al verdeeld zou zijn. Het hof stelde een deskundigenonderzoek naar de echtheid van de handtekening in het vooruitzicht, maar de man kon het origineel van de verklaring en het rapport van het handschriftonderzoek niet overleggen omdat hij deze kwijt was geraakt. Het hof wees daarop het verzoek tot benoeming van een deskundige af en oordeelde dat de gemeenschap nog niet is verdeeld.
De man kwam in cassatie tegen dit oordeel, stellende dat het hof het verzoek tot deskundigenonderzoek onterecht had afgewezen en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de gemeenschap niet was verdeeld. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de bewijswaardering en dat het afwijzen van het verzoek tot deskundigenonderzoek niet onredelijk is, mede omdat de man zelf de originele stukken kwijt is geraakt en daardoor in een onmogelijke bewijspositie is gekomen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof. De zaak toont het belang van het zorgvuldig bewaren van bewijsstukken en de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij bewijswaardering.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.