ECLI:NL:PHR:2002:AD8801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat medeplegen van verkrijgingsmisdrijf heling uitsluit
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en het opzettelijk profiteren van opbrengst van een door misdrijf verkregen goed. Verdachte stelde in cassatie onder meer dat hij ten onrechte voor beide feiten is veroordeeld, omdat heling veronderstelt dat het misdrijf door een ander is gepleegd.
De Hoge Raad bevestigt dat medeplegen zich heeft ontwikkeld in een functionele richting, waarbij fysieke aanwezigheid niet vereist is. Medeplegen van het verkrijgingsmisdrijf sluit veroordeling voor heling uit, omdat het misdrijf en het profiteren daarvan als één samenhangend geheel worden beschouwd. De Hoge Raad wijst op de onduidelijkheid tussen medeplegen en medeplichtigheid, maar kiest voor rechtszekerheid door deze scherpe scheiding aan te houden.
De bewezenverklaring betreft een periode waarin verdachte voordeel heeft getrokken uit de opbrengst van de valsheid in geschrift gepleegd door zijn ex-echtgenote. Het hof achtte de onverschilligheid van verdachte ten aanzien van de rechtmatigheid van de uitkering als opzet. Diverse bewijsmiddelen, waaronder ondertekende formulieren en loonopgaven, ondersteunen de bewezenverklaring.
De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen en bevestigt het oordeel van het hof. Er is geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van valsheid in geschrift en het profiteren van opbrengst van misdrijf.