ECLI:NL:PHR:2002:AD8776
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardering firma-aandeel en toepassing artikel 29 Wet IB 1964 bij geruisloze inbreng
Belanghebbende X bracht zijn aandeel in een vennootschap onder firma (vof) in in een eigen BV, X Beheer B.V., waarbij geschil ontstond over de waarde van het ingebrachte firma-aandeel en de fiscale gevolgen daarvan.
De Inspecteur stelde dat de goodwill van de onderneming aanzienlijk lager was dan door belanghebbende opgegeven, waardoor niet aan de voorwaarden voor een fiscaal geruisloze inbreng werd voldaan en sprake was van een belastbare winstuitdeling volgens artikel 29 Wet Pro IB 1964. Het Hof Arnhem stelde de meerwaarde van het firma-aandeel vast op ƒ 840.000, maar bepaalde de resterende exploitatieperiode van de parkeergarage te kort en wees een bewijsaanbod van belanghebbende af zonder motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het bewijsaanbod ten onrechte heeft gepasseerd, dat de peildatum voor waardering en storting correct was, maar dat het oordeel over de exploitatieperiode en kapitalisatiefactor onvoldoende gemotiveerd is. Tevens stelt de Hoge Raad dat het Hof het winstvereiste en bewustzijnsvereiste bij toepassing van artikel 29 Wet Pro IB 1964 onvoldoende heeft onderzocht. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.