ECLI:NL:PHR:2002:AD8197
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepasselijkheid Duits recht bij afwikkeling huwelijksvermogensrechtelijke verhouding na echtscheiding
Partijen zijn in 1990 gehuwd zonder huwelijksvoorwaarden, waardoor het Duitse huwelijksvermogensrecht van toepassing is verklaard. De vrouw ontving tijdens het huwelijk erfenissen en stelde aanspraak op teruggave van deze bedragen bij beëindiging van de Zugewinngemeinschaft.
De man betwistte dit op grond van Duitse wetgeving, stellende dat de erfenissen bij de verrekening van de Zugewinngemeinschaft betrokken moeten worden. Rechtbank en hof wezen het verzoek van de vrouw af, waarbij het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende toelichting gaf op de rechtsgrond van haar verzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door van de vrouw te verlangen de inhoud van het Duitse recht te stellen, terwijl de rechter dit ambtshalve moet vaststellen. Daarom wordt de zaak vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar het Duitse recht en een nieuwe beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het Duitse recht en een nieuwe beslissing.