ECLI:NL:PHR:2002:AD8187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid verkoper voor gebrekkige open haard en verwerpt verjaringsverweer
In deze zaak kochten de verweerders een huis van eiseres, waarin een open haard aanwezig was. Tijdens de bezichtiging had de echtgenoot van eiseres, betrokkene A, bevestigd dat de open haard goed functioneerde. Na de overdracht ontstonden rookklachten door de open haard, waarna verweerders de verkoper aansprakelijk stelden voor herstelkosten.
De rechtbank wees de vordering tegen betrokkene A af omdat hij geen partij was bij de koop, maar kende de vordering tegen eiseres toe. Het hof bekrachtigde dit oordeel en verwierp het verjaringsverweer, omdat de correspondentie met betrokkene A als stuitingshandeling werd gezien en eiseres de schijn had gewekt dat betrokkene A haar gevolmachtigde was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres. Het hof had terecht geoordeeld dat de briefwisseling met betrokkene A eiseres had bereikt en dat zij de schijn had gewekt dat betrokkene A namens haar handelde. Tevens oordeelde het hof terecht dat verweerders binnen een bekwame termijn hadden gereclameerd en dat de toezegging van betrokkene A over de goede werking van de open haard onderdeel uitmaakte van de overeenkomst, ook zonder expliciete garantie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat eiseres aansprakelijk is voor de gebrekkige open haard en dat het verjaringsverweer faalt.