ECLI:NL:PHR:2002:AD8180
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en onrechtmatig gebruik van g-rekeningen in bouwsector
In deze zaak staat centraal de hoofdelijke aansprakelijkheid van aannemers voor premie- en belastingschulden van onderaannemers en het gebruik van geblokkeerde rekeningen (g-rekeningen) om betaling aan de fiscus en bedrijfsvereniging te waarborgen.
Hatral hield sinds 1982 een g-rekening en ontving betalingen van [A] v.o.f. en later [B] B.V. via deze g-rekening, waaronder huur en andere kosten, die echter geen verband hielden met onderaanneming. De Staat en bedrijfsvereniging stelden dat deze betalingen onrechtmatig waren omdat zij gelden onttrokken aan het pandrecht dat zij op de g-rekening van [A] hadden.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Hatral onrechtmatig handelde door deze betalingen te accepteren, omdat het gebruik van g-rekeningen beperkt is tot betalingen gerelateerd aan onderaanneming. Het hof verwierp ook het verweer van verschoonbare onwetendheid. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af, benadrukkend dat het pandrecht en de strekking van de regeling bescherming bieden aan de Staat en bedrijfsvereniging en dat de g-rekening niet voor andere betalingen mag worden gebruikt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Hatral wordt verworpen; zij is aansprakelijk voor onrechtmatig ontvangen betalingen via de g-rekening.