ECLI:NL:PHR:2002:AD8179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en verdeling van huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding met onverteerde inkomsten
De zaak betreft een geschil tussen voormalig echtgenoten over de uitleg en toepassing van hun huwelijkse voorwaarden, waarin gemeenschap van goederen werd uitgesloten maar verrekening van onverteerde inkomsten werd geregeld. Na echtscheiding vorderde de man verdeling van het vermogen opgebouwd uit onverteerde inkomsten, terwijl de vrouw dit afwees vanwege de huwelijkse voorwaarden.
De rechtbank wees de vordering van de man af, waarna het hof de huwelijkse voorwaarden uitlegde als een regeling die, ondanks uitsluiting van gemeenschap van goederen, een economische gemeenschap van onverteerde inkomsten tot stand brengt indien geen verdeling tijdens het huwelijk plaatsvindt. Het hof stelde een partiële verdeling vast en benoemde een notaris voor verdere verdeling, maar de vrouw bleef tegen de uitleg verzetten.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen de uitleg van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof de voorwaarden juist had uitgelegd en dat het cassatieberoep niet ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen reeds in kracht van gewijsde gegane deelarresten. Het beroep werd verworpen, waarmee de uitleg van de huwelijkse voorwaarden en de verdeling definitief zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de uitleg van de huwelijkse voorwaarden door het hof blijft gehandhaafd.