ECLI:NL:PHR:2002:AD8178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of haargroeimiddelen met Aminexil als geneesmiddel kwalificeren volgens WGV en EU-richtlijn
In deze zaak staat centraal of de haargroeimiddelen Dercos Aminexil en Kerastase van L'Oréal als geneesmiddelen moeten worden aangemerkt volgens de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WGV) en de Europese richtlijn 65/65/EEG. Upjohn, producent van Regaine met Minoxidil, vordert een verbod op de verkoop van deze middelen omdat zij niet als geneesmiddel geregistreerd zijn, terwijl zij wel therapeutische eigenschappen zouden hebben.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat de WGV niet de commerciële belangen van Upjohn beschermt en onvoldoende is gesteld over omzetderving. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat Dercos en Kerastase geen geneesmiddelen zijn, omdat zij niet voldoen aan het aandienings- en toedieningscriterium van de richtlijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de middelen worden aangekondigd als substanties met een reële inwerking op organische functies, hetgeen relevant is voor het toedieningscriterium. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof onjuist heeft aangenomen dat een lokale werking op de hoofdhuid niet kan leiden tot kwalificatie als geneesmiddel. Verder is het oordeel van het hof over de mate van invloed van Regaine op de stofwisseling onjuist gemotiveerd. De Hoge Raad bevestigt dat het begrip geneesmiddel in de WGV gelijk moet worden uitgelegd aan de EU-richtlijn en dat de beoordeling van geneesmiddelkarakter per product moet plaatsvinden, rekening houdend met farmacologische eigenschappen, gebruik en consumentkennis.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de aangekondigde werking van de middelen volgens het toedieningscriterium.