ECLI:NL:PHR:2002:AD7799

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03195/00
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen veroordeling wegens smaadschrift en toegewezen schadevergoeding

Verzoeker is door het gerechtshof Arnhem veroordeeld voor smaadschrift en kreeg een geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd. Tevens werd een schadevergoeding van duizend gulden aan de benadeelde partij toegewezen. Verzoeker zond meerdere geschriften aan de Hoge Raad, maar geen daarvan bevatte een geldig cassatiemiddel. Een ingediend verzoek tot schadevergoeding voor de echtgenoot van het slachtoffer werd buiten beschouwing gelaten omdat deze zich niet als benadeelde partij in het strafgeding had gevoegd.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de hoogte van de schadevergoeding niet als cassatiemiddel konden gelden. Omdat er geen gronden voor cassatie werden aangetroffen, concludeerde de Procureur-Generaal tot verwerping van het beroep. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere veroordeling en toegewezen schadevergoeding zonder wijziging.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling en schadevergoeding blijven gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 03195/00
Mr Machielse
Zitting: 11 december 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
1. Bij arrest van 10 maart 2000 is verzoeker door het gerechtshof te Arnhem veroordeeld ter zake van "smaadschrift" tot een geldboete van duizend gulden subsidiair twintig dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts is de vordering van de benadeelde partij [betrokkene A] toegewezen tot een bedrag van duizend gulden en is aan verzoeker de verplichting opgelegd tot betaling van genoemd bedrag aan de Staat, subsidiair twintig dagen hechtenis, waarbij is bepaald dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de ander doet vervallen.
2. Door verzoeker is een aantal geschriften aan de griffie van de Hoge Raad toegezonden, die echter geen van alle een als cassatiemiddel aan te merken klacht bevatten.
3.1. Mr. J.W. Helsdingen, verbonden aan ARAG Rechtsbijstand, heeft een geschrift aan de Hoge Raad doen toekomen, met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij.
3.2. In dat geschrift wordt onder meer verzocht om toekenning van een schadevergoeding aan [betrokkene B], naar ik uit de stukken afleid, de echtgenoot van het slachtoffer [betrokkene A]. De stukken van het geding houden echter niet in dat [betrokkene B] zich als benadeelde partij in het strafgeding tegen verzoeker heeft gevoegd. Voor toekenning van een schadevergoeding op de voet van artikel 361 Sv Pro in het kader van de onderhavige strafzaak, kan dan ook geen sprake zijn. In zoverre bevat het geschrift dus niet een middel over een rechtspunt hetwelk uitsluitend de vordering van de benadeelde partij betreft en dient het dus buiten bespreking te blijven (art. 437 Sv Pro).
3.3. Ook overigens kan het geschrift onbesproken blijven nu daarin geen klachten zijn vervat die een rechtspunt raken betreffende de vordering van de benadeelde partij [betrokkene A]. De enkele klacht dat de door het hof toegekende schadevergoeding niet in verhouding staat tot de aantasting van de goede naam van het slachtoffer en de als gevolg daarvan geleden psychische schade kan niet als zodanig gelden.
4. Nu ik ambtshalve geen gronden tot cassatie heb aangetroffen, concludeer ik tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,