ECLI:NL:PHR:2002:AD7385
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanvullende schadevergoeding na verkeersongeval
Eiseres raakte betrokken bij een aanrijding op 18 januari 1993 waarbij zij letsel opliep. Zij vorderde schadevergoeding van Ennia Caribe NV en Mercurius Trading Co, waaronder kosten voor speciaal schoeisel, toekomstige ziektekosten, huishoudelijke hulp, inkomensverlies en smartengeld. Diverse medische verklaringen onderbouwden het letsel, maar de verweerders betwistten de omvang van de schade.
Het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) te Aruba en het Hof concludeerden dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor de gevorderde aanvullende schade, vooral na september 1998. Ondanks meerdere aanhoudingen en de mogelijkheid tot nadere onderbouwing, slaagde eiseres er niet in haar vordering concreet te maken, mede doordat zij afhankelijk was van een specialistisch rapport dat niet tijdig werd overgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat eiseres haar schade niet voldoende heeft onderbouwd en dat het Hof niet verplicht was deskundigen te benoemen zonder voldoende concrete aanwijzingen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraak in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanvullende schadevordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.