ECLI:NL:PHR:2002:AD7382
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Incorporatie chauffeurshandboek in arbeidsovereenkomst en geldigheid reclametermijn
In deze zaak stond centraal of het chauffeurshandboek van de werkgever onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst met de werknemer en of de daarin opgenomen reclametermijn van twee weken rechtsgeldig is. De werknemer, een internationaal chauffeur, had geprotesteerd tegen looncorrecties die volgens hem onterecht waren en vorderde betaling van achterstallig loon.
De rechtbank had vastgesteld dat artikel 8 van Pro de arbeidsovereenkomst, waarin wordt verwezen naar de bedrijfsinstructies, voldoende aanknopingspunten biedt om het chauffeurshandboek te incorporeren in de arbeidsovereenkomst. De werknemer had bovendien in 1993 een wijziging van het handboek ondertekend, wat bevestigt dat hij gebonden is aan de inhoud en toekomstige wijzigingen.
De reclametermijn van twee weken, waarin de werknemer bezwaren tegen looncorrecties moet kenbaar maken, werd door de rechtbank niet in strijd met de toepasselijke CAO geacht. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de CAO niet algemeen verbindend is verklaard en dat afwijking mogelijk is indien partijen dat overeenkomen. De klacht dat de reclametermijn zou leiden tot verval van loonvorderingen werd verworpen, omdat de bepaling slechts ziet op de afhandeling van geschillen en niet op verjaring van loonvorderingen.
De Hoge Raad oordeelt dat de uitleg van de arbeidsovereenkomst en het handboek feitelijk is en niet in cassatie kan worden herzien. De conclusie is dat het beroep van de werknemer wordt verworpen en dat het chauffeurshandboek en de reclametermijn rechtsgeldig zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en het chauffeurshandboek en de reclametermijn worden als rechtsgeldig beschouwd.