ECLI:NL:PHR:2002:AD6986
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak uitlevering wegens onvoldoende feitelijke omschrijving
De arrondissementsrechtbank Roermond verklaarde op 20 juni 2001 de uitlevering van verzoeker aan Duitsland toelaatbaar op grond van een Haftbefehl van 21 maart 2001, waarin verzoeker wordt verdacht van belastingfraude en deelname aan een criminele organisatie.
Verzoeker stelde twee cassatiemiddelen in, waarvan het belangrijkste betrof dat de rechtbank zonder bevoegdheid de inhoud van het Haftbefehl had aangepast. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de uitleveringsrechter de stukken mag interpreteren, zelfstandig verbeteren van de inhoud niet is toegestaan. Echter, een latere schriftelijke correctie van de Duitse onderzoeksrechter maakte de periode van de feiten voldoende duidelijk, waardoor het middel faalde.
Het eerste middel klaagde over onvoldoende nauwkeurige aanduiding van tijd en plaats in het uitleveringsverzoek. De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank niet voldeed aan artikel 28, derde lid van de Uitleveringswet door de feiten niet met voldoende nauwkeurigheid te omschrijven. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis voor zover de feiten niet voldoende waren vermeld, en stelde zelf de feiten vast die aan uitlevering ten grondslag liggen.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat vage aanduidingen van tijd en plaats in uitleveringszaken toereikend kunnen zijn, mits zij voldoende duidelijk zijn. De uitspraak benadrukt het belang van een nauwkeurige feitelijke omschrijving in uitleveringsprocedures en de beperkte rol van de uitleveringsrechter bij correcties van buitenlandse bevelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor onvoldoende feitelijke omschrijving en verklaart het beroep ongegrond.