ECLI:NL:PHR:2002:AD6626
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorschotvordering in boedelverdeling na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtgenoten over een voorschot op de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. De vrouw vordert betaling van een voorschot, omdat de man weigert mee te werken aan de boedelverdeling. Eerder was een voorschot van f 25.000,-- toegekend, maar de vrouw vraagt nu f 100.000,--.
De President van de Rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende belang en het ontbreken van liquiditeit bij de man. Het hof bevestigde dit oordeel en nam mee dat de vrouw een uitkering kan aanvragen, de kinderen van de man aanspraak maken op de nalatenschap van hun moeder, en dat niet aannemelijk is dat de man een nieuw voorschot kan betalen.
De vrouw ging in cassatie tegen het arrest, stellende dat het hof de financiële situatie te eng had beoordeeld en essentiële stellingen had gepasseerd. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat het hof een juiste belangenafweging had gemaakt en dat het oordeel over de financiële positie van de man niet onbegrijpelijk was. De conclusie was dat het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op de boedelverdeling wordt afgewezen.