ECLI:NL:PHR:2002:AD6091
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke rente bij borgstelling en niet-betwisting door schuldenaar
Eiser tot cassatie had zich in 1978 borg gesteld voor een schuld van een derde aan de tegenpartij. Na gedeeltelijke voldoening van de schuld werd eiser aangesproken voor het restant. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde eiser aansprakelijk voor het restant inclusief wettelijke rente en kosten.
Eiser stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte samengestelde wettelijke rente had toegewezen, omdat die volgens de oude wettelijke bepalingen niet gevorderd kon worden. De Hoge Raad overwoog echter dat deze bepalingen niet van dwingend recht waren en partijen daarvan mochten afwijken. Bovendien had eiser zich niet op deze bepalingen beroepen en de renteopgaven niet betwist.
Daarom was het hof niet verplicht ambtshalve toepassing te geven aan de oude wettelijke bepalingen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.