ECLI:NL:PHR:2002:AD5830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing herstel gezag vader over pleegkinderen wegens hechtingsproblematiek
Na het overlijden van de moeder en de inhechtenisneming van de vader op verdenking van moord, zijn de kinderen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De vader werd ontheven van het gezag over zijn jongste vier kinderen, die sindsdien in een pleeggezin verblijven. Hij verzocht om herstel van het gezag over de twee jongste kinderen en uitbreiding van de omgangsregeling.
De rechtbank verklaarde het verzoek tot herstel van het gezag niet-ontvankelijk en stelde de beslissing over de omgangsregeling uit. Het hof verzocht het Ambulant Bureau Jeugdwelzijnszorg (ABJ) onderzoek te doen naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen en de pedagogische kwaliteiten van de vader. Het ABJ-rapport concludeerde dat er hechtingsproblematiek bij de kinderen was en dat het beëindigen van het hechtingsproces met de pleegouders ernstige nadelige gevolgen zou hebben.
Het hof vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring maar wees het verzoek tot herstel van het gezag af, omdat het belang van de kinderen bij het voortzetten van het hechtingsproces met de pleegouders zwaarder woog dan het belang van de vader. De vader stelde dat het hof onjuist het begrip 'toevertrouwing' had geïnterpreteerd, maar dit werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van de vader.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot herstel van het gezag over zijn pleegkinderen wordt afgewezen vanwege het belang van het voortzetten van het hechtingsproces met de pleegouders.