ECLI:NL:PHR:2002:AD5361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontzetting van het ouderlijk gezag wegens grove verwaarlozing en ongeschiktheid vader
De zaak betreft een verzoek tot ontzetting van de vader uit het ouderlijk gezag over zijn twee kinderen na het overlijden van de moeder, waarbij de vader ervan wordt verdacht haar met messteken te hebben gedood in het bijzijn van een van de kinderen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd het gezag aan de moeder toe te vertrouwen en concludeerde dat de vader ongeschikt is voor omgang met de kinderen. De rechtbank heeft de vader ontzet uit het gezag en benoemde Bureau Jeugdzorg tot voogd. Het hof heeft dit besluit bekrachtigd, mede op basis van rapportages, het starre en agressieve gedrag van de vader, en zijn verklaring dat hij de moeder heeft omgebracht.
De vader stelde in cassatie onder meer dat het hof onterecht zijn gedrag ter zitting als grond voor ontzetting heeft gebruikt en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn mogelijkheden tot verbetering. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende feiten en rapportages heeft meegewogen, dat het hof de vader gelegenheid heeft gegeven bewijs te leveren maar hij daarvan geen gebruik maakte, en dat de ontzetting noodzakelijk is in het belang van de kinderen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontzetting van de vader uit het ouderlijk gezag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontzetting van de vader uit het ouderlijk gezag wegens grove verwaarlozing en ongeschiktheid.