ECLI:NL:PHR:2001:ZD2815
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldige betekening dagvaarding ondanks onjuiste GBA-gegevens
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens diefstal en kreeg een gevangenisstraf van drie weken opgelegd. Tegen deze uitspraak stelde verdachte via zijn advocaat twee middelen van cassatie in, gericht op de geldigheid van de betekening van de dagvaarding en de appèldagvaarding.
Het eerste middel betrof de dagvaarding die volgens verdachte niet rechtsgeldig was betekend omdat niet was nagegaan of hij op het adres waar de dagvaarding was achtergelaten, stond ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De Hoge Raad oordeelde dat het hof alsnog had vastgesteld dat verdachte op dat adres stond ingeschreven en dat de betekening daarmee rechtsgeldig was.
Het tweede middel betrof de appèldagvaarding, waarbij eveneens werd betoogd dat de betekening niet rechtsgeldig was vanwege onjuiste GBA-gegevens. De Hoge Raad stelde dat verdachte gehouden is zijn adreswijzigingen binnen vijf dagen te melden en dat het risico van onjuiste registratie voor rekening van verdachte komt. Het hof was niet verplicht verder onderzoek te doen naar de werkelijke verblijfplaats. De betekening was daarom rechtsgeldig volgens de wettelijke bepalingen.
De Hoge Raad verwierp de middelen en bevestigde de geldigheid van de betekening, waarmee het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de geldige betekening van de dagvaarding en appèldagvaarding ondanks onjuiste GBA-gegevens en verwerpt het cassatieberoep.