ECLI:NL:PHR:2001:ZC3546
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over curator onderhandse verkoop onroerend goed in faillissement en rechtsgang schuldeisers
In deze zaak staat centraal de onderhandse verkoop van onroerend goed uit de faillissementsboedel van een vennootschap. De curator had het onroerend goed exclusief verkocht aan een gegadigde, ondanks dat een andere partij een hoger bod had uitgebracht na de eerste biedingsronde. De Hoge Raad bevestigt dat de curator niet verplicht is met alle gegadigden te onderhandelen en dat exclusieve onderhandelingen met de hoogste bieder uit de eerste ronde toegestaan zijn.
Daarnaast is de vraag aan de orde of een partij die ten tijde van het faillissement nog geen schuldeiser was, maar die status wel verkrijgt tijdens de procedure, beroep kan doen op art. 69 Faillissementswet Pro. De Hoge Raad oordeelt dat dit mogelijk is, mits de partij ten tijde van de beslissing in hoger beroep schuldeiser is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de klagers en bevestigt de eerdere beslissingen dat de curator de onderhandse verkoop mocht afronden zonder de onderhandelingen te openen voor de hogere bieding. Tevens wordt bevestigd dat de rechtsgang van art. 69 Fw Pro alleen openstaat voor schuldeisers, maar dat de status ook tijdens de procedure kan worden verkregen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot toestemming voor onderhandse verkoop wordt bekrachtigd.