ECLI:NL:PHR:2001:AD7286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in onteigeningsprocedure wegens ontbreken voeging
De zaak betreft een onteigeningsprocedure waarbij de Staat der Nederlanden de onteigening van twee percelen bouwgrond vorderde die inmiddels eigendom waren van eiser en belast met een zakelijk recht ten behoeve van een investeringsmaatschappij in oprichting.
Eiser heeft zich als tussenkomende partij in het geding gemeld en tevens verzocht om voeging. De Rechtbank wees het verzoek tot voeging af maar liet tussenkomst toe. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad overweegt dat in onteigeningszaken slechts beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen een eindvonnis en dat het tussenvonnis waarin het verzoek tot voeging werd afgewezen geen eindvonnis is. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Daarnaast wordt besproken dat voeging in onteigeningsprocedures niet gebruikelijk is en dat tussenkomst voldoende is voor de belangen van eiser.
De conclusie van de Procureur-Generaal luidt dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een eindvonnis en onontvankelijkheid van het verzoek tot voeging in de onteigeningsprocedure.