ECLI:NL:PHR:2001:AD6086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugstortingsplicht g-rekening bij onjuiste doorstorting buiten onderaanneming
In deze zaak stond centraal of Thomasson Dura B.V. verplicht was een bedrag van f 235.650,- terug te storten dat zij had ontvangen via haar g-rekening van Exploitatiemaatschappij Nebem BV, terwijl deze betaling niet betrof het werk dat door Thomasson in onderaanneming werd verricht.
De rechtbank en het hof Arnhem oordeelden dat de storting niet was gedaan ter zake van het werk in de zin van artikel 35 lid 5 Invorderingswet Pro 1990 en dat Thomasson daarmee wanprestatie pleegde door het bedrag niet terug te storten. Het hof bevestigde dat doorstorten van gelden via g-rekeningen alleen is toegestaan als dit betrekking heeft op hetzelfde werk dat in onderaanneming wordt uitgevoerd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep van Thomasson af. De Hoge Raad benadrukte dat de wettelijke regeling en de modelovereenkomst g-rekeningen beogen misbruik tegen te gaan en dat het saldo van een g-rekening alleen mag worden gebruikt voor betalingen ter zake van het werk waarvoor het is gestort. De terugstortingsplicht volgt uit artikel 7b van de modelovereenkomst. De Hoge Raad veroordeelde Thomasson tevens in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Thomasson verplicht is het onterecht ontvangen bedrag via de g-rekening terug te storten.