ECLI:NL:PHR:2001:AD5155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks afwezigheid verdachte in hoger beroep en vertegenwoordiging door gemachtigde advocaat
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van België aan Nederland voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen opgelegd aan de opgeëiste persoon door Belgische rechtbanken. De arrondissementsrechtbank Haarlem verklaarde de uitlevering toelaatbaar, waarbij werd overwogen dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg en in hoger beroep voldoende gelegenheid had gehad zijn verdediging te voeren.
De verdediging stelde dat de opgeëiste persoon in hoger beroep niet adequaat kon verdedigen omdat hij niet persoonlijk aanwezig was en een advocaat zonder zijn volmacht het woord voerde, wat volgens hen in strijd was met art. 6 lid 3 sub c EVRM Pro. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat de Belgische procesregels vertegenwoordiging toestaan wanneer persoonlijke verschijning onmogelijk is, en dat de advocaat daadwerkelijk de verdediging voerde namens de opgeëiste persoon.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel in uitleveringszaken inhoudt dat Nederland mag vertrouwen op de eerbiediging van procesrechten door België, tenzij sprake is van een flagrante schending van mensenrechten. De afwezigheid van de verdachte in hoger beroep en de vertegenwoordiging door een gemachtigde advocaat vormen geen schending van het recht op een eerlijk proces. Het middel tot cassatie faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering wordt toegestaan ondanks afwezigheid van de verdachte in hoger beroep.