ECLI:NL:PHR:2001:AD4690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek gezagswijziging vader na ondertoezichtstelling kinderen
De vader en moeder hebben twee kinderen uit een eerdere relatie. De moeder oefent het gezag uit. De kinderen zijn ondertoezicht gesteld en uithuisgeplaatst vanwege problematische omstandigheden. De vader verzocht de kantonrechter om hem met het gezag te belasten en om uitbreiding van omgangsregeling, wat werd afgewezen.
De vader stelde bezwaar tegen het rapport van het Ambulant Bureau Jeugdzorg en verzocht om een contra-expertise door een niet door de rechtbank benoemde deskundige. Zowel de kantonrechter als de rechtbank wezen dit af, omdat het belang van de kinderen zwaarder woog dan het verzoek van de vader en er geen aanwijzingen waren die een hernieuwd onderzoek rechtvaardigden.
In cassatie klaagde de vader onder meer dat het rapport onvoldoende antwoord gaf op de vraag wie het gezag zou moeten krijgen en dat de rechtbank ten onrechte geen contra-expertise toestond. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar beslissing voldoende had gemotiveerd, dat het verzoek tot contra-expertise terecht was afgewezen gezien het belang van de kinderen, en dat het cassatieberoep ongegrond was.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om het ouderlijk gezag te verkrijgen wordt afgewezen en het cassatieberoep verworpen.