ECLI:NL:PHR:2001:AD4466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzettelijke onjuiste belastingaangifte
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens belastingontduiking. De verdediging stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte niet had gereageerd op het verweer dat verdachte niet op 11 januari 1994, maar eerder op 11 maart 1992 aangifte had gedaan, en dat het overhandigen van een kopie van de aangifte niet als een wettelijke aangifte kon worden beschouwd.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het overhandigen van een kopie van de aangifte aan de inspecteur wel degelijk als aangifte in de zin van de Belastingwet moest worden gezien, mede op basis van een getuigenverklaring van een belastinginspecteur en jurisprudentie van de Hoge Raad.
Daarnaast stelde de verdediging dat verdachte een andere fiscale mening had over de belastingplicht, waardoor er geen opzet was. Het Hof verwierp dit verweer omdat verdachte geen toelichting had gegeven bij de aangifte en de bewijsmiddelen wezen op opzettelijk onjuiste aangifte.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld en dat het cassatiemiddel faalde. Er was geen reden tot vernietiging, zodat het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor opzettelijke onjuiste belastingaangifte met een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.