ECLI:NL:PHR:2001:AD4300
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt plaatsing jeugdige verdachte in inrichting voor jeugdigen wegens recidivegevaar
De verdachte, geboren in 1984, werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor pogingen tot seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met minderjarige kinderen. Het hof legde hem een PIJ-maatregel op, een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, mede vanwege zijn beperkte sociaal-emotionele ontwikkeling en de kans op recidive.
Tijdens de procedure werd duidelijk dat de verdachte intensieve behandeling volgde bij Groot Batelaar, maar dat deze onvoldoende werd geacht. Deskundigen adviseerden een intensievere behandeling in een gesloten setting, bij voorkeur in de jeugdinrichting Harreveld. Ouders van de verdachte uitten zorgen over de geschiktheid van deze inrichting, maar het hof sloot zich aan bij het deskundigenadvies.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de bezwaren van de ouders en de effectiviteit van de behandeling bij Groot Batelaar. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom plaatsing in een inrichting noodzakelijk is en dat het hof aan de wettelijke motiveringsvereisten heeft voldaan.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee het vonnis van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de PIJ-maatregel voor de jeugdige verdachte.