ECLI:NL:PHR:2001:AD3951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beschikbaarheid en passendheid van alternatieve woonruimte bij dringend eigen gebruik
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst van woonruimte wegens dringend eigen gebruik door de erven van de overleden eigenaar. De huurder had de huur opgezegd gekregen en voerde onder meer aan dat er geen passende alternatieve woonruimte beschikbaar was.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat niet was voldaan aan het vereiste dat de huurder andere passende woonruimte kon krijgen, maar het hof stelde dit anders en beëindigde de huurovereenkomst. De huurder stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad overwoog dat de maatstaf voor passende woonruimte juist is toegepast en dat de motivering van het hof voldoende is, ook al had de huurder onvoldoende gespecificeerd waarom de alternatieven niet passend zouden zijn. Tevens is geoordeeld dat het meenemen van de slechte staat van het gehuurde in de beoordeling gerechtvaardigd was.
Verder is vastgesteld dat de verhuurder niet per se de bewijslast draagt voor de beschikbaarheid van passende woonruimte, en dat het nalaten van de huurder om zich als woningzoekende in te schrijven meegewogen mag worden.
Ten slotte is het cassatieberoep verworpen, omdat de zaak geen fundamentele rechtsvragen oproept die cassatie vereisen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waarbij de huurovereenkomst wordt beëindigd wegens dringend eigen gebruik.