ECLI:NL:PHR:2001:AD3923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onverwijld ontslag op staande voet wegens overtreden veiligheidsvoorschriften niet rechtsgeldig
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer die veiligheidsschoenen van zijn werkgever buiten het terrein bracht zonder de vereiste machtiging. De werkgever stelde dat dit een dringende reden voor ontslag vormde, mede vanwege eerdere waarschuwingen over het overtreden van veiligheidsvoorschriften. De werknemer betwistte de rechtmatigheid van het ontslag en vorderde loonbetaling.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat het ontslag terecht was gegeven, maar het gerechtshof vernietigde dit en oordeelde dat het ontslag disproportioneel was, mede omdat de overtreding niet als dringende reden kon gelden en eerdere waarschuwingen onvoldoende waren onderbouwd met disciplinaire maatregelen. Tevens matigde het hof de loonvordering van de werknemer over de periode na het aanvaarden van een nieuwe baan.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de werkgever en bevestigde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en dat de matiging van de loonvordering terecht was toegepast. De Hoge Raad benadrukte dat de werknemer ook na het aanvaarden van een nieuwe baan bereid kan blijven de oorspronkelijke arbeid te verrichten, tenzij uit de omstandigheden blijkt dat deze bereidheid is komen te vervallen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en de loonvordering van de werknemer is deels toegewezen en deels gematigd.