ECLI:NL:PHR:2001:AB3344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing meerderjarigenstrafrecht bij tenuitvoerlegging Duitse jeugdgevangenisstraf
De zaak betreft de tenuitvoerlegging in Nederland van een Duitse jeugdgevangenisstraf opgelegd aan verzoeker, die ten tijde van de feiten 17 en 18 jaar oud was. De rechtbank te Almelo heeft besloten het meerderjarigenstrafrecht toe te passen en een gevangenisstraf van twee jaar op te leggen, lager dan de oorspronkelijke Duitse straf, vanwege de ernst van de feiten en de volwassenheid van de dader.
Verzoeker stelde in cassatie dat de rechtbank onterecht het meerderjarigenstrafrecht toepaste en onvoldoende rekening hield met zijn leeftijd en persoonlijkheid ten tijde van de feiten. De Hoge Raad oordeelt dat de exequaturrechter zelfstandig bevoegd is om een passende straf op te leggen naar Nederlandse maatstaven, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de dader op het moment van de uitspraak.
De Duitse strafrechtelijke regeling voor jeugdigen (Jugendgerichtsgesetz) onderscheidt tussen jongeren en jongvolwassenen, waarbij jongvolwassenen in bepaalde gevallen als volwassenen worden behandeld. De Hoge Raad stelt dat de Nederlandse rechter niet gebonden is aan de Duitse strafoplegging en dat het toepassen van het meerderjarigenstrafrecht hier gerechtvaardigd is.
De middelen van verzoeker falen, omdat de rechtbank haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd en de opgelegde straf niet zwaarder is dan de Duitse straf. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook om het beroep te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepassing van het meerderjarigenstrafrecht door de Nederlandse rechter bij tenuitvoerlegging van de Duitse jeugdgevangenisstraf.