ECLI:NL:PHR:2001:AB2738
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige afdracht van promillage-contributie aan representatieve tandartsenorganisatie door niet-leden
In deze zaak vorderden niet-leden van de NMT een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van NMT door het innen van een promillage-contributie van 0,95% op tandartstarieven, zonder instemming van niet-leden.
De tarieven inclusief deze contributie werden door het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (Cotg) en de Ziekenfondsraad goedgekeurd. De NMT ontving deze bijdragen rechtstreeks van de ziekenfondsen op grond van medewerkersovereenkomsten, ook van tandartsen die geen lid waren van NMT.
De rechtbank en het hof verwierpen de vorderingen van de niet-leden, stellende dat de goedkeuring van tarieven en Uvo's rechtmatig was en dat NMT geen inbreuk maakte op vermogensrechten van niet-leden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de contributie niet aan niet-leden toekomt, maar aan NMT als representatieve organisatie. De rechtmatige goedkeuring door overheidsinstanties doorbreekt de causale band tussen vermeend onrechtmatig handelen en de schade.
De Hoge Raad wijst ook het betoog af dat de wet (Wtg) vereist dat het tarief volledig aan de tandarts toekomt. De bijdrage aan NMT is een kostencomponent die door de wetgever als acceptabel wordt gezien. De vordering wordt daarom afgewezen en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van niet-leden tegen NMT worden afgewezen.