ECLI:NL:PHR:2001:AB2558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onbevoegdverklaring kantonrechter met verwijzing
Eisers vorderden schadevergoeding van Postbank Schade uit hoofde van een reisverzekering wegens diefstal. De kantonrechter in Amsterdam verklaarde zich onbevoegd omdat de statutaire vestigingsplaats van Postbank Schade te Den Haag is en verwees de zaak naar de kantonrechter in Den Haag.
Eisers stelden beroep in cassatie in tegen deze onbevoegdverklaring. De Hoge Raad onderzocht of tegen een onbevoegdverklaring met verwijzing naar een andere kantonrechter cassatieberoep openstaat op grond van art. 157b lid 4 Rv en art. 100 lid 1 Wet Pro RO.
De Hoge Raad oordeelde dat art. 157b lid 4 Rv voor dit specifieke geval derogeert aan de algemene regel in art. 100 lid 1 Wet Pro RO. Omdat de onbevoegdverklaring hier een relatieve onbevoegdheid betreft met verwijzing naar een andere kantonrechter, is de rechtsbescherming van eisers niet in het geding. Daarom is het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaard.
De conclusie is dat eisers niet ontvankelijk zijn in hun cassatieberoep tegen de onbevoegdverklaring van de kantonrechter te Amsterdam, die verwees naar de kantonrechter te Den Haag.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens toepassing van art. 157b lid 4 Rv bij onbevoegdverklaring met verwijzing naar een andere kantonrechter.